Erfelijkheid Algemeen  


DNA, ons erfelijk materiaal
Uitleg over ons DNA, het erfelijk materiaal

Genen
Uitleg over onze genen, afzonderlijke stukjes DNA, die elk een eigen functie in ons lichaam hebben

Chromosomen
Uitleg over onze chromosomen, lange draden DNA, waarop de genen liggen

Mutaties
Uitleg over mutaties, foutjes in genen, die verantwoordelijk zijn voor erfelijke ziekten



DNA, ons erfelijk materiaal

Ons erfelijk materiaal bestaat uit een chemische stof die nucleinezuur wordt genoemd. De Engelse vertaling van nucleinezuur is Deoxy Nucleic Acid, en daarom spreekt men meestal van DNA. DNA bestaat eigenlijk uit vier verschillende nucleinezuren: adenine(A), cytosine(C), guanine(G) en thymine(T). Ons DNA bestaat dus uit een keten van A, G, C en T nucleinezuren, die vaak ook basen worden genoemd. De DNA keten is zeer lang en bevat ongeveer 3 miljard van deze basen. De erfelijke code wordt gevormd door de specifieke volgorde van deze basen.
De lange draad DNA bestaat eigenlijk uit 46 verschillende draden, die chromosomen worden genoemd. Op deze chromosomen liggen vele verschillende genen die korte stukjes DNA zijn bestaande uit enkele duizenden tot honderdduizenden basen. De mens heeft ongeveer 30 000 genen. De meeste van deze genen zijn verantwoordelijk voor de vorming van een specifiek eiwit. Zo bestaan er dus ook enkele tienduizenden eiwitten, die elk een aparte functie in de cel hebben.
Veranderingen in DNA worden mutaties genoemd. Deze mutaties zijn vaak de oorzaak van erfelijke ziekten.

Al onze cellen bevatten chromosomen: dit zijn lange draden erfelijk materiaal(DNA). Er bestaan slechts 4 verschillende bouwstenen van DNA(nucleinezuren of basen genoemd): A, C, T & G. In elke cel hebben wij ongeveer 3 miljard basen. Deze bepalen de erfelijke code omdat ze coderen voor alle mogelijke functies van ons lichaam.
Al onze cellen bevatten chromosomen: dit zijn lange draden erfelijk materiaal(DNA). Er bestaan slechts 4 verschillende bouwstenen van DNA(nucleinezuren of basen genoemd): A, C, T & G. In elke cel hebben wij ongeveer 3 miljard basen. Deze bepalen de erfelijke code omdat ze coderen voor alle mogelijke functies van ons lichaam.





Chromosomen

In onze cellen bevindt zich een celkern die de verschillende chromosomen bevat.
Deze chromosomen zijn lange draden erfelijk materiaal(DNA).


Een chromosoom gezien door de microscoop: de lange draad DNA is opgerold in het chromosoom. De uitlopers van de opgerolde DNA draden zijn te zien aan de rand van het chromosoom.
Een chromosoom gezien door de microscoop: de lange draad DNA is opgerold in het chromosoom. De uitlopers van de opgerolde DNA draden zijn te zien aan de rand van het chromosoom.



De chromosomen kunnen gerangschikt worden naar grootte en vorm en worden dan genummerd van groot naar klein. Deze gerangschikte chromosomen vormen een karyotype. Van elk chromosoom hebben wij in elke lichaamscel 2 exemplaren, waarvan er telkens één van vader en één van moeder is. Er zijn in elke lichaamscel 23 chromosoomparen, dus in totaal 46 chromosomen. In de geslachtscellen(eicel bij de vrouw en spermacel bij de man) zijn er echter maar 23 chromosomen, en is er maar één exemplaar van elk chromosomenpaar aanwezig. Wanneer de 23 chromosomen van de eicel samenkomen met de 23 chromosomen van de spermacel, ontstaat een bevruchte eicel of zygote met 46 chromosomen waaruit het kind zich zal ontwikkelen. 44 van de 46 chromosomen(22 paren) komen zowel bij vrouwen als mannen voor: deze chromosomen worden autosomen genoemd. De resterende 2 chromosomen worden geslachtschromosomen genoemd. Er bestaan twee geslachtschromosomen: het X- en het Y- chromosoom.
Een vrouw heeft twee dezelfde geslachtschromosomen(de X-chromosomen), omdat zij zowel van haar vader als van haar moeder een X-chromosoom heeft gekregen. Een man heeft twee verschillende geslachtschromosomen: een X-chromosoom dat hij van zijn moeder heeft geërfd, en een Y-chromosoom dat van zijn vader afkomstig is. Een man kan dus zowel zaadcellen met een X-chromosoom, als met een Y-chromosoom maken. Een vrouw heeft alleen eicellen met een X-chromosoom. Als een zaadcel met een Y-chromosoom een eicel(die altijd een X-chromosoom bevat) bevrucht, zal hieruit een jongetje(XY) ontstaan. Als een zaadcel met een X-chromosoom de eicel bevrucht, zal zich daaruit een meisje(XX) ontwikkelen.
Omdat wij van elk autosoom 2 exemplaren hebben, is elk gen dat op een autosoom ligt, in tweevoud aanwezig. Van genen die op het X-chromosoom liggen, heeft een man 1 exemplaar en een vrouw 2. Van genen die op het Y-chromosoom liggen, heeft een man 1 exemplaar en een vrouw geen enkel.

De 46 chromosomen zijn in paren gerangschikt volgens grootte. Het geheel van gerangschikte chromosomen wordt een karyotype genoemd. Ieder chromosomenpaar wordt met een nummer aangeduid. Van elk chromosoom hebben wij twee exemplaren. Er zijn ook 2 verschillende geslachtschromosomen, het X- en het Y-chromosoom(rechtsonder). In  deze figuur is het karyotype van een man afgebeeld.
De 46 chromosomen zijn in paren gerangschikt volgens grootte. Het geheel van gerangschikte chromosomen wordt een karyotype genoemd. Ieder chromosomenpaar wordt met een nummer aangeduid. Van elk chromosoom hebben wij twee exemplaren. Er zijn ook 2 verschillende geslachtschromosomen, het X- en het Y-chromosoom(rechtsonder). In deze figuur is het karyotype van een man afgebeeld.


Karyotype van een vrouw: de twee geslachtschromosomen rechtsonder zijn X-chromosomen, en er is geen Y-chromosoom.
Karyotype van een vrouw: de twee geslachtschromosomen rechtsonder zijn X-chromosomen, en er is geen Y-chromosoom.





Genen

De chromosomen bestaan uit afzonderlijke stukjes DNA die elk een eigen functie hebben en genen genoemd worden. Men vermoedt dat de mens ongeveer 30.000 genen heeft in elke cel. De meeste van deze genen zijn ontdekt tijdens het Humane Genoom Project, een grootschalig wetenschappelijke project waaraan onderzoekers uit de hele wereld deelnamen om de code van het erfelijk materiaal te ontcijferen en alle genen te identificeren. Een groot gedeelte van dit project is nu reeds geklaard, en de meeste van onze genen zijn bekend. Momenteel trachten wetenschappers de functie van al deze genen te ontcijferen. De functie van de meeste genen is de vorming van een specifiek eiwit. Elk van deze eiwitten heeft een eigen functie in de cel. Zo zijn er eiwitten die de kleur van onze ogen en haar bepalen(pigment eiwitten), eiwitten die voor de vertering van ons voedsel zorgen(maag- en darmeiwitten), eiwitten die voor de energie in de cel zorgen(mitochondriele eiwitten), enz.



Mutaties

Een verandering in DNA wordt mutatie genoemd. Omdat genen zorgen voor de productie van een eiwit, kan een mutatie leiden tot een verandering van de vorm of functie van dat het eiwit, of tot een verlaagde of verhoogde vorming van dit eiwit. In sommige gevallen kan dit een erfelijke ziekte veroorzaken. Mutaties kunnen ontstaan door verschillende oorzaken. Ze ontstaan voornamelijk door foutjes tijdens de miljarden celdelingen die elke cel ondergaat en waarbij het erfelijk materiaal telkens moet gecopieerd worden. Het is niet verwonderlijk dat er foutjes(mutaties) ontstaan tijdens dit copieringsproces. Sommige omgevingsfactoren zoals radioactieve straling of medicijnen zoals chemotherapie kunnen eveneens mutaties in DNA veroorzaken. Mutaties kunnen worden overgeerfd van ouder op kind. Dit verklaart uiteraard waarom sommige ziekten erfelijk zijn. In het laboratorium kan men DNA onderzoeken om mutaties op te sporen. Uiteraard kan men niet al het DNA en alle genen onderzoeken, maar slechts dat gen(en) waarvan men denkt dat het een mutatie draagt. Zelfs het onderzoek van slechts één enkel gen is meestal arbeidsintensief omdat de mutatie(s) op zeer verschillende plaatsen in dat gen kunnen zitten. Voor vele erfelijke ziekten geldt dat iedere patient zijn eigen specifieke mutatie(s) heeft. In vele gevallen moet men dus het gehele gen dat meestal uit duizenden bouwstenen bestaan onderzoeken. Dit verklaart ook waarom genetisch onderzoek zo duur is en zo lang duurt.

Een mutatie in het DNA: boven het normale DNA, onder het gemuteertde DNA. De normale A is vervangen door een C.
Een mutatie in het DNA: boven het normale DNA, onder het gemuteertde DNA. De normale A is vervangen door een C.




Naar de homepage van de webdesigner


Home | Inleiding | Erfelijkheid Algemeen | Erfelijke Ziekten | Laboratorium Diagnostiek | Prenatale Diagnostiek | Genetisch Advies | Afspraak voor Genetisch Advies | Contact | Vragen | Links
Bekijk de statistieken volgens Extreme Tracking